|
In 1669 voltooide de Augustiner orde de bouw van de nieuwe kloostertuinn in de stad Palma,
verfraaiden hun nieuwe kerk met schitterde decoraties die nog steed worden bewonderd. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is de 15de eeuwse beeldhouwwerk van de Maagd Maria, 136 cm hoog en geheel gemaakt van albast.
Toen brak ook de tijd aan om een nieuw orgel te bouwen. Het contract tussen de abt van het klooster en de orgelbouwers werd op12 j Juli 1702 getekend en anderhalf jaar later was het orgel gereed, waarschijnlijk op 13 november 1703.
Het 'Zwaluwnest' orgel is hoog aan de rechter muur van de kerk bevestigd . Het front bestaat uit versierde pijpen, ten teken van een ongewoon veelzijdige dispositie. Het front is opgebouwd uit twee symmetrische vlakken met de grootste pijpen aan de zijkanten . Het kleinere front van het positief (Cadireta; koororgel) is een verkleining van het front van het Hoofdwerk (Orgue
Major) en het Echo-werk (Orgue d'alt; Oberwerk) is boven het Hoofdwerk geplaatst, in feite tussen de grootste pijpen van het front van het Hoofdwerk. Een erg ongebruikelijke eigenschap van het instrument dient hier te worden vermeld: we treffen twee basis Flautats
(Prestanten 8') aan op het Hoofdwerk, de een aan de linkerzijde, de ander aan de rechterzijde
van het symmetrisch opgebouwde front. Dit geeft een onverwacht stereo effect: het geluid van de ene Prestant 8' komt van links, dat van de tweede Prestant 8' komt van rechts!
De Octave (Octaaf) is eveneeens verdubbeld. Het prestantenkoor is verder opgebouwd uit enkelvoudige vulstemmen
: Dozena (2 2/3), Quinzena (2), Alemanya (1 1/3),
Simbalet (1/3). De meervoudig gebouwde cornetten Nasardos, Tolosana,
Cornetila zijn aangebracht voor solistische gebruik, of - bij moderne toepassing -
ter versterking van de horizontale trompetten, die enkeletientallen jaren later zijn toegevoegd, waarschijnlijk in 1755. Er wordt verondersteld, dat Jordi Bosch de maker van de Trompeteria was, maar daarvoor was hij toen eigenlijk nog te jong. Sommige geleerden denken eerder aan Gabriel Thomás, vanwege de gelijkenis met zijn andere werken.
Het bovenwerk (Orgue d'alt; Oberwerk) dient als contrast ten opzichte van het Hoofdwerk, waardoor een "echo" effect ontstaat. Maar het kan evengoed worden opgevat als een Solowerk, dankzij de rijke klank van de Cromorn en de Tolosana (cornet). Het koororgel (Cadireta; Rueckpositiv; Rugpositief) is gebaseerd op de 4' Flautat en werd hoogstwaarschijnlijk solistisch gebruikt
(Nazard) of in dialoog met de andere werken van het orgel.
Het wezen van het orgel is gelukkig niet aangetast door de verschillende aanpassingen en reconstructies in de loop der tijd, waardoor we mogelijkheid hebben om het instrument in zijn oorspronkelijke vorm te bewonderen.
De restauratie, die Gerhard Grenzig in 1969-1970 uitvoerde, getuigt van respect voor het oorspronkelijke karakter van het
instrument. Het orgel wordt nu goed onderhouden en ook worden er veel concerten op gegeven. |
 |