Het virtueel orgelproject 

 

Project 
Orgels 
Features 
Contact 
Historiek
Screenshots
Foto's
Demo's
Bestel

                        

Het Freiberg Silbermann Orgelmodel (1735)

 Freiberg in Saksen is een bijzondere stad door de aanwezigheid van maar liefst vier Silbermann orgels! Het meest beroemde instrument is het drie-manuaals orgel in de kathedraal. Het werd gebouwd toen Silbermann nog jong was: 27 jaar. De sample set, die we hier presenteren, is een klankmodel van een andere opus van Silbermann. Het betreft het orgel in de Pieterskerk (Petrikirche), een twee-manuaals orgel met een bijzonder rijke dispositie van 32 stemmen. Weliswaar is het minder beroemd dan het orgel van de Kathedraal daar vlakbij maar, zeker nu na de reconstructie, is het een goed specimen van de volwassen, laat barokke ambachtelijkheid van Silbermann, staand in een akoestisch ideale omgeving voor veel concertorganisten en orgelliefhebbers.

... wanneer ik op reis ga naar Saksen, bezoek ik gewoontegetrouw de  Petruskerk. Want het is daar, dat ik "het" orgel heb gevonden. Het is daar, dat ik voor de eerste keer de betekenis van het beroemde begrip "Gravität" (volheid, diepte) begreep. Een begrip waar de jonge Bachin 1708 al om vroeg in zijn rapport over het Mühlhausen orgel. Hoewel het orgel van de Petruskerk  kleiner is dan zijn beroemde buurman (het kathedraal-orgel met 45 registers), klinkt het toch grootser vanwege zijn inponerende Principal 16', die van ongeëvenaarde schoonheid en '"Gravität'" is. Een andere, en niet de minste eigenschap van het orgel is dat het het enige volledig geconserveerde instrument is uit de laatste scheppingsperiode van Silbermann.
(Jean Ferrard, in het begeleidende CD boekje Orgue de la Petrikirche, Freiberg. Sic 004, 1998, pag. 10)


We maken van de gelegenheid gebruik om enkele details uit de geschiedenis van dit instrument te vermelden. Silbermann dankte zijn goede naam in het bijzonder aan de voltooiing van het orgel voor de kathedraal van Freiberg. Vanaf dat moment werd zijn werk in hoge mate gewaardeerd en betaald. Aan nieuwe opdrachten had hij toen bepaald geen gebrek. Hij vestigde zich in Freiberg, en het was dan ook niet verwonderlijk dat de gemeenteraad hem benaderde om een nieuw orgel voor de, na de verwoestende brand herbouwde Pieterskerk te maken. Silbermann zelf verwachtte deze opdracht te zullen krijgen, vernemen we uit het dagboek van zijn neef, Johann Andreas. In zijn aantekeningen staat ook te lezen dat drie orgels, die Silbermann had gebouwd en zolang opgeslagen in een nabijgelegen huis, tijdens de brand van de Pieterskerk in 1728 ernstig gevaar liepen.  Hij zag Silbermann tijdens die brand geknield in gebed.  Hij zou daarbij de gelofte hebben gedaan om, als God het huis met de orgels zou sparen,  hij belangeloos een nieuw orgel voor de Pieterskerk  zal bouwen.

In elk geval werd het contract op 3 augustus 1734 ondertekend met een geplande oplevering in de maand juli 1736. We zijn niet meer in het bezit van het originele contract, alleen is nog een kopie van 1737 beschikbaar. De overeengekomen prijs was 3250 tolars, in 6 termijnen te voldoen. Het was de plicht van de neef van Silbermann, Johann George, om de bouw voort te zetten in geval dat Silbermann zou overlijden. De oorspronkelijke dispositie telde 31 registers, maar als gebaar van erkentelijkheid jegens de gemeente voegde Silbermann er één register zonder bijkomende kosten aan toe. Ook selecteerde hij zijn toeleveranciers uit lokale ambachtslieden die met naam en toenaam werden genoemd in het contract. Een interessant punt om ook te vermelden is dat Silbermann gelijktijdig werkte aan een orgel met 3 manualen voor de Frauenkirche in Dresden, dat in november 1735 gereed moest zijn. Doordat de bouw van de Frauenkirche vertraging opliep en Silbermann moest wachten met zijn orgel dat al bijna gereed was, kon hij het orgel dat hij maakte voor Freiberg pas 9 maanden later opleveren. Vandaar dat beide instrumenten voor het grootste deel gelijktijdig werden gebouwd met identieke windladen, dispositie en pijpwerk van het Hoofdwerk. Dat maakt het mogelijk om de oorspronkelijke klankopbouw van het Silbermann orgel in Dresden, dat veelvuldig is verbouwd vóór de verwoesting in 1945, voor te stellen. Ook het Hoofdwerk van het al in de 18de eeuw verwoeste drie-manualige orgel in Zittau (1741) had eenzelfde dispositie. De façade van de orgelkas, gebouwd door Christian Polycarp Butzäus, was bijna identiek aan het front van het eveneens verwoeste orgel van de Sophienkirche in Dresden.

Het orgel van de Pieterskerk in Freiberg werd ingewijd op 31 oktober 1735. Interesante eigenschappen waren onder meer de vele 16‘ registers, het "Franse" register Vox Humana, een  pedaalkoppel, gebaseerd op het principe van  "Bas Ventiel" (windkoppel), een conservatief gemodificeerde Middentoonstemming en een algemene stemhoogte, gebaseerd op de"Koortoon" a1= 463 Hz (in plaats van de gebruikelijke "Kamertoon", met a1= 412 Hz).


De geschiedenis van de reconstructie

Niets van Silbermann’s werk bleef gevrijwaard van latere ingrepen. In het beste geval bleef dit beperkt tot algemeen onderhoud, vervanging van versleten delen of een verandering van de stemming. In het ergste geval waren dat wijzigingen in de dispositie van het instrument en van het klankprofiel. Ook het orgel in de Pieterskerk onderging enkele wijzigingen. Groot onderhoud werd uitgevoerd in 1768 en 1792. In 1855 werd het orgel gelijkzwevend gestemd. Orgelbouwer Jehmlich voerde in 1895 de volgende substantiële wijzigingen door:
- invoering van de „standaard“ stemhoogte (a1 = 435 Hz)
- hernieuwde intonatie
- toevoeging van de toon Cis voor alle klavieren
- de schuifkoppel voor de manualen werd vervangen door een nieuwe, andersoortige koppel
- toevoeging van een Subbass 16' register in het pedaal
- de pedaal-Trompet 8´ werd verplaatst naar een hulplade
- toevoeging van een extra manuaal ("Hinterwerk", of Achterwerk) met de strijkende stemmen Violine 8´, Dolce 8´, Aeoline 8´, Flute harmonique 4´ en Salicet 4´ op een membraan-windlade, dat via een koppel ook vanaf het Hoofdwerk kon worden bespeeld.
In 1917 werd het orgel beroofd van zijn frontpijpen, die toen gevorderd werden voor oorlogsdoeleinden. In 1935 bleek het instrument ernstig aangetast door houtworm. Orgelbouwer Jehmlich heeft toen de meest aangevreten delen vervangen. In 1940 werden nieuwe balgen geïnstalleerd, waardoor het mogelijk werd om het Hoofdwerk en het Pedaal een ander winddruk te geven (90 mm water colom) dan het overige van het orgel (80 mm water colom). De dispostitie van het toegevoegde derde manuaal werd in meer barokke zin gewijzigd (Dulzflöte in plaats van Aeoline, Gedackt 8´ in plaats van Dolce, Prästant 4´ in plaats van Violine 8´, Superoctav 2´ in plaats van Salicet 4´, en extra toegevoegd een Scharf  II). Later, in 1952, werden wijzigingen aangebracht om de windtoevoer naar het pijpwerk te verbeteren en werd de winddruk gereduceerd tot 75mm waterkolom. In die tijd werd de neobarok stijl toonaangevend in de orgelbouw. Het einde van de vijftiger jaren  bracht echter een wending: het toegevoegde derde manuaal werd in 1961 verwijderd en de stemmingstemperatuur teruggebracht naar een ongelijkzwevende. Horst Jehmlich onderzocht in 1975 het instrument diepgaand en omschreef hoe een historisch juiste restauratie van het instrument uitgevoerd diende te worden. Gebrek aan financiën waren er echter de oorzaak van dat er tot 1993 slechts gedeeltelijke maatregelen konden worden uitgevoerd, zoals de reconstructie van de mechanische tractuur, de verwijdering van de Cis (zonder overigens terug te keren naar de oorspronkelijke stemming), verwijdering van de Subbas 16‘ van 1896 in het Pedaal, het terugzetten van de Trompet 8‘ op zijn oorspronkelijke plaats, de reconstructie van de oorspronkelijke  manuaalkoppel en de renovatie van de speeltafel en de registertrekkers.
Vanaf 2004 wordt er een gedetailleerde planning voor een algehele reconstructie met als uitgangspunt de terugkeer van de oorspronkelijke  toestand van het orgel in 1735 uitgewerkt.

Als eenmaal toereikende financiële middelen zijn verzameld, worden de orgelbedrijven Jehmlich en Wegscheider benaderd. Zij voeren de geplande restauratie uit tussen oktober 2006 en 15 juli 2007 – de dag van de hernieuwde inwijding van het instrument.

De restauratie omvat, globaal, de volgende zaken:

  • volledige restauratie van de orgelkas in de oorspronkelijke kleuren en met gebruikmaking van bladgoud
  • restauratie van de windladen (daarbij werden waardevolle documenten gevonden die niet alleen betrekking hadden op de Pieterskerk maar ook op de orgels in Crostau en de Sophienkirche in Dresden
  • volledige restauratie van de oorspronkelijke spaanbalgen, ingesteld op een winddruk van 94 mm waterkolom
  • volledige renovatie van het pijpwerk, speciaal gericht op het herkrijgen van de oorspronkelijke dispositie en stemming, waarvoor een authentiek document is gevonden met de beschrijving van twee registers
  • terugkeer naar een historische stemmingstemperatuur, waarbij gekozen is voor de Neidhardt II stemming met a1 = 463 Hz bij 18 graden C.

Op deze wijze gerestaureerd klinkt het  Silbermann orgel in de Petruskerk weer in zijn oorspronkelijke schoonheid!


De Petrikirche (Petruskerk) in Freiberg. De geschiedenis van de kerk en zijn muziek .

De Petruskerk dateert uit de 12de eeuw. Het godshuis is gebouwd als een drie-schepige  Romaanse basiliek op een van de hoogste punten van de stad, een plek die indertijd diende als gerechtsplaats. De kerk werd bij verschillende branden (in 1225, 1375, 1386, 1471 en1484) achtereenvolgens in gotische stijl veranderd. De kerk stond lange tijd in het centrum van de plaatselijk handelsactiviteiten, waardoor het niet veel moeite kostte om fondsen voor de nodige herbouw te verwerven. Bij een enorme brand in 1728 bleven alleen de buitenmuren en de zuidelijke toren nog overeind. De kerk werd toen herbouwd in barokstijl waarbij in 1735 het hoogtepunt van de inspanningen de aanschaf van een nieuw Silbermann orgel was. In de periode 1895-1896 veranderde Theodor Quentin het interieur ingrijpend, waarbij de gaanderijen werden verwijderd en het koor werd vergroot ten koste van het schip, dat kleiner werd. De laatste aanzienlijke wijzigingen werden in de periode 1974-1983 doorgevoerd. Nieuw geplaatste muren maken aan beide zijden het gebruik van gaanderijen weer mogelijk, waarbij de kerkelijke gemeente de erachter ontstane ruimten voor verschillende doeleinden kan gebruiken. Een glazen  wand scheidt het koor van het schip. Friedrich Presse ontwierp sculpturen ter verfraaiing van het helder wit gemaakte interieur. Bij de, uit esthetisch oogpunt interesante reconstructie werd echter geen rekening gehouden met de gevolgen voor de akoestiek van de kerk.
Eén van de attracties van de kerk is de 72 meter hoge toren waarin klokken hangen die dateren van 1487 en 1570 en verder ook de twee kamers waarin de toren- en brandwachter tot in het begin van de 20ste eeuw verbleef .

De kerk was vanaf 1537 Luthers, lang voordat de reformatie zich in Saksen verbreidde. Er ontwikkelde zich toen een bloeiend muziekleven. Behalve de muzikale begeleiding van de liturgie was er ook plaats voor koormuziek en solistische uitvoeringen. Een eerste orgel verscheen in de kerk in de tweede helft van de 16de eeuw. Gottfried Fritz bouwde dit instrument uit tot een drie-manualig orgel met pedaal en voorzien van een groot aantal solostemmen (Dulcianbass, Bauernflöte). Na de uitbreidingen ,die Christoph Schreiber er in 1629 aan toevoegde, was het in die tijd het grootste en mooiste orgel van Freiberg. Het orgel in de nabij gelegen kathedraal, dat dateerde uit de 15de eeuw was toen in slechte toestand.

Fluitspelende engelen verfraaiden het orgelfront. De 30-jarige oorlog veroorzaakte een algehele achteruitgang en om financiële redenen kon er geen organist meer worden aangesteld.  Rond die tijd kreeg Andreas Hammerschmidt, zoon van Tsjechische emigrants, deze post.  Zijn composities behoorden tot de meest uitgevoerde werken in dit gebied. De laatste reconstructie van dit orgel werd uitgevoerd in 1678. Daarna, op 1 mei 1728, werd het door brand verwoest. Maar al voordat dat gebeurde was het zwaartepunt van  het muzikale leven al verplaatst in de richting van de kathedraal van de stad, waar Silbermann in 1714 een zeer fraai orgel had gebouwd. Ook werd hem de bouw van een nieuw instrument voor de herbouwde Pieterskerk toevertrouwd. Het gold als het mooiste en beste orgel van de stad. De toenmalige tijdgeest en intellectuele ontwikkelingen waren niet gunstig voor de orgelcultuur.  De belangstelling voor solistische orgelmuziek nam in de laat-barokke periode steeds verder af. De kerkelijke leiding van de Pieterskerk kwam onder invloed van  het opkomende Piëtisme (Christian Friedrich Willisch behoorde tot hen) en verlangde dat het orgel slechts werd gebruikt voor de begeleiding van de gemeentezang. Solo uitvoeringen, figuratieve en instrumentele muziek werden tot een minimum beperkt.

De rol van organist werd steeds verder ondergewaardeerd en met de dood van de laatste organist in 1761 werd deze functie afgeschaft. Des te verrassender is de wijze waarop Silbermann de uitdaging om een nieuw instrument te bouwen heeft uitgewerkt. Niet alleen voldeed hij met het nieuw gebouwde orgel aan de veranderde eisen, die een weerslag waren van de veranderde muzikale smaak en sentiment, maar hij ging daar ook bovenuit. Silbermann schiep niet alleen een instrument, dat geschikt was voor de interpretatie van het traditionele barok-repertoire, maar dat tegelijkertijd ontwikkelde hij een klankprofiel dat deze cultuurperiode oversteeg. Veel orgelbouwers volgenden dit voorbeeld en zelfs nu, na 270 jaar, klinkt het gereconstrueerde orgel in zijn oorspronkelijke schoonheid in de liturgie, tijdens concerten en in veelvuldig gemaakte opnamen.


Korte biografie van Gottfried Silbermann


Bibliografieën:

Met hartelijke dank aan Andreas Hain, de cantor van de Petruskerk in Freiberg, voor zijn bijzonder fijne medewerking bij de opnamen.